Bestellen
In samenwerking met

Verbetering geboortezorg vooral nog: ‘Work in progress’

Nataal april 2015, editie 24

In 2008 bleek de babysterfte in Nederland relatief hoog te zijn in vergelijking met andere Europese landen. Eind 2009 bracht de speciaal hiervoor in het leven geroepen Stuurgroep Zwangerschap en geboorte een advies uit over de verbetering van de inrichting van de zorg rond zwangerschap en geboorte. Waar staan we in 2015?

'Het gaat weliswaar beter met de geboortezorg in Nederland, maar we zijn er nog (lang) niet, luidt de algemene teneur,' zo schrijft het College Perinatale Zorg in haar verslag van het vierde CPZ Jaarcongres, dat in december 2014 plaatsvond. Het college werd in het leven geroepen om uitvoering te geven aan de adviezen van de Stuurgroep. Hun jaarcongres had dit keer als thema 'Geboren in 2020', waarbij de aanwezigen samen naar de ideale toekomst keken.

Op de goede weg
In die ideale toekomst hebben we volgens Linda Rentes, voorzitter van de KNOV (Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen), in ieder geval het goede behouden. 'En dan doel ik op de fysiologische uitgangspunten van de verloskunde. Dat wat gezond is, moet ook gezond blijven. Dat moeten we stimuleren met z'n allen.' Guid Oei, voorzitter van de NVOG (Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie), voegt daaraan toe dat hij vindt dat we ernaar moeten streven dat we straks weer bovenaan staan als het gaat om de kwaliteit van de geboortezorg in Europa. 'Daar hebben we de afgelopen jaren niet in uitgeblonken en dat is ook de reden dat er zo veel aandacht voor is. We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet.' De jaarrapportage Perinatale Zorg in Nederland over 2013 laat inderdaad zien dat de babysterfte in Nederland weliswaar licht daalt, maar dat Nederland nog steeds tot de middenmoot in Europa behoort.

Samenwerking beroepsgroepen
Tijdens het CPZ-jaarcongres waren veel kritische noten te horen, schrijft het CPZ. Grootste pijnpunt: de onderlinge communicatie tussen eerste- en tweedelijns zorgverlening, soms met ernstige gevolgen. De verbetering van de geboortezorg is vooral nog work in progress, zo bleek uit het verslag van het congres. 'Wij zien wel dat de samenwerking tussen de beroepsgroepen steeds hechter wordt,' zegt Rentes. 'In het veld zijn veel samenwerkingsverbanden opgericht waar men werkt aan integrale geboortezorg. Daarbij lopen ze in het veld soms nog wel eens harder dan we landelijk doen.' Oei: 'Door ZonMw worden tien regionale multidisciplinaire consortia gefinancierd. Hierin wordt geprobeerd om regionaal integrale geboortezorgprogramma's te stimuleren.' Siska de Rijke, vice-voorzitter van de NBvK (Nederlandse Beroepsvereniging voor Kraamzorg), ziet in de praktijk nog niet zo veel concrete veranderingen. 'Die afstemming van zorg, zodat een kraamvrouw niet allerlei verschillende adviezen krijgt van alle betrokken beroepsgroepen, dat is nog lang geen realiteit.' De Rijke pleit voor nog meer een bottom-up aanpak. Op uitvoerend niveau ziet ook zij veelbelovende initiatieven als het gaat om samenwerken. 'Maar zodra er positionering en financiering bij betrokken wordt, dan verschuift de discussie naar een niveau hoger. Dan gaat het alleen nog maar over belangen van beroepsgroepen en financiële procedures. Niet meer over de inhoud.'

Discussie vertroebeld
Volgens De Rijke wordt de kwaliteitsslag op dit moment vertroebeld door de discussie met zorgverzekeraars over de financiering. 'Ik zie dat zij regionale budgetten voor geboortezorg willen invoeren. Dan krijgt één partij het geld, en die moet dan de rest betalen. De SP heeft een groot onderzoek gehouden onder 1250 verloskundigen, waarin onder andere staat beschreven welke gevaren hier volgens hen aan kleven. Als je namelijk niet uitkijkt, wordt er een ontwikkeling ingezet waarin de geboortezorg in handen komt van de ziekenhuizen, waardoor deze zorg gemedicaliseerd wordt. En niet omdat de ziekenhuizen het beste zijn of omdat vrouwen dat willen – want daar wordt al helemaal niet naar gekeken – maar omdat zij de meeste macht en de beste lobby hebben. Hierdoor zou de eerste lijn wel eens buiten de boot kunnen vallen, waardoor de zorg ook nog eens veel duurder wordt.'
Ook Oei signaleert het risico dat de financiering leidend wordt. 'Integrale geboortezorg zou uiteindelijk ook integraal bekostigd moeten worden. Dit moet zorgvuldig gebeuren, omdat het moet opleveren dat de zorg beter wordt. Geld is een middel om tot dat doel te komen, niet andersom.' 'De financiering van de inhoud moet volgen,' vindt ook Rentes.

Meer medicalisering?
Van De Rijke hoeft niet elke vrouw 'bij kaarslicht in bad te bevallen.' Maar het hoeft ook niet tot een ziekte te worden gemaakt. 'En die ontwikkeling signaleer ik wel. Alsof een baarmoeder een potentieel gevaar is voor iedere baby. Terwijl ik denk: dat lijf is ervoor gemaakt.' Ook in de samenleving zijn er vrouwen opgestaan die zich zorgen maken over de medicalisering van zwangerschap en bevalling. Rentes: 'In de verschillende regio's wordt het verschillend ingevuld. Er zijn regio's waarin een zwangere ook altijd een gynaecoloog ziet. Waar het om gaat is dat je de beste zorg inricht voor de zwangere in díe regio. Je moet met elkaar in een team voor de zwangere zorgen, de continuïteit waarborgen en zorgen dat ieders expertise op het juiste moment wordt ingezet. Het is niet automatisch zo dat meer samenwerking leidt tot meer medicalisering. Het is zorgelijk als sommige vrouwen dit wel zo ervaren. Dan moeten we kritisch kijken of dat ook daadwerkelijk zo is. Ik ben ervan overtuigd dat als we luisteren naar vrouwen en onze zorg veilig inrichten, dat we daar met elkaar wel een evenwicht in vinden.' Oei is het daarmee eens. 'Als je met elkaar verantwoordelijk bent, kan dat leiden tot een meer anticiperend beleid. Dan kun je juist interventies voorkomen. Het doel moet zijn dat we zeker niet meer interventies plegen, maar op een laag niveau blijven en misschien zelfs nog lager uitkomen door beter met elkaar samen te werken.'

Continuïteit voorop
Rentes: 'Voorop staat de continuïteit van zorg, niet om wie de regie heeft of waar de bevalling plaatsvindt. Het gaat om het inrichten van het zorgpad en de zorg die wordt geleverd. In de zomer verwachten we vanuit het CPZ de 'landelijke zorgstandaard'. Wat ons betreft zal dat een stappenplan op hoofdlijnen zijn dat vertelt waar de zorg voor de zwangere in Nederland aan moet voldoen. Binnen deze standaard moet variatie mogelijk zijn. Wij bestempelen als beroepsvereniging niet één concept als beste. Wat voor de ene regio werkt, hoeft voor de andere regio niet op te gaan.' Oei vult aan: 'Nu is het nog zo dat als een zwangere bij de eerstelijns verloskundige begint en uiteindelijk in het ziekenhuis bij de tweede lijn terechtkomt, er altijd een overdracht moet plaatsvinden. Dan ben je de continuïteit kwijt. De bedoeling is dat de zwangere vrouw het verschil niet meer ziet tussen de verschillende zorgverleners. Wat er ook gebeurt, zij moet van het begin tot het eind van de zwangerschap het gevoel hebben dat er eenzelfde beleid wordt gevoerd. Ook opleiding kan hierbij een rol spelen. Zo worden bij het consortium in Eindhoven gezamenlijke teamtrainingen gegeven aan gynaecologen, verloskundigen, kraamverzorgenden en verpleegkundigen. Bij alle vragen die ze tegenkomen tijdens de zwangerschap en de bevalling leren ze om gezamenlijk de patiënt te begeleiden. We denken dat het heel belangrijk is om situaties uit de praktijk met elkaar te oefenen. De eerste resultaten laten zien dat de patiënttevredenheid is toegenomen.' Rentes: 'De harde uitkomsten - de babysterftecijfers - zijn in zulke kleine projecten te klein om echt verbeteringen aan te tonen. Patiënttevredenheid is heel belangrijk, net als doelmatigheid en draagvlak voor de aanpak.'

Kraamzorg in het basispakket
Als het gaat om continuïteit van zorg is ook de kraamzorg van groot belang. 'Moeder en kind kunnen de bevalling overleven, maar ook een paar dagen later kunnen er nog dingen misgaan,' zegt De Rijke. 'De kraamzorg heeft een belangrijke signaleringsfunctie.' Ze was dan ook verbaasd over de adviesaanvraag die minister Schippers begin 2014 bij het Zorginstituut Nederland deed. Hierin verzocht zij hen te kijken of kraamzorg uit het basispakket zou kunnen. 'Je kunt niet tegelijkertijd de kwaliteit van de geboortezorg verbeteren en geld besparen,' reageert De Rijke. 'Het kan wel een effect zijn, maar het moet niet je doel zijn.' De NBvK consulteerde talloze kraamverzorgenden en kraamvrouwen. Het resultaat was het rapport 'Meerwaarde van kraamzorg' dat in november 2014 is aangeboden aan de kamer en het Zorginstituut Nederland. 'In dat rapport hebben we beschreven wat er gebeurt als kraamzorg uit het basispakket wordt gehaald. Je mist gezondheidsklachten bij moeder en kind, vrouwen komen minder goed bij van de bevalling. Er is niemand in de hele keten die de kraamvrouw en haar baby zo intensief ziet als de kraamverzorgende. Het Zorginstituut heeft inmiddels gezegd dat het noodzakelijke zorg is die niet uit het basispakket kan. Wel moet er meer flexibiliteit komen in het aantal uren; er mogen niet meer uren worden verleend dan noodzakelijk is. Maar daar hebben we al het Landelijk Indicatie Protocol (LIP) voor. Dat moet worden aangepast, daar zijn we mee bezig. Ook een Kamermeerderheid vindt dat kraamzorg in het basispakket moet blijven. Ik hoop dat de minister straks een wijs besluit neemt. Je kunt een vrouw nog zo netjes hechten, maar als ze na een jaar nog steeds in de ziektewet zit, heb je toch iets fout gedaan.'

Tekst: Denise Hilhorst

actueel
  • 23-9-2019 - Baby's die via een keizersnede zijn geboren hebben ander darmflora

    Darmmicrobioom - ook wel darmflora genoemd - is het geheel van micro-organismen dat zich in het maag-darmstelsel bevindt. Je kan het ook zien als bacteriekolonies. Uit onderzoek blijkt dat baby's die via het geboortekanaal ter wereld komen, andere bacteriekolonies hebben in hun darmen dan baby's die via een keizersnede worden geboren. 

    Lees verder ...
  • 18-9-2019 - Lengte premature baby opmeten via scanner buiten couveuse

    Met een meetlat de couveuse in en je dan een weg manoeuvreren door een wirwar van zuurstof- en voedingskabel. Dát is wat verpleegkundigen nu wekelijks te doen staat om de lengte van een te vroeg geboren baby op te meten. Een babyscanner lijkt het ei van Columbus: deze verricht de meting namelijk buiten de couveuse.

    Lees verder ...
  • 16-9-2019 - Inkomen daalt van moeder in de twee jaar na geboorte eerste kind

    Het gemiddelde inkomen van vrouwen daalt sterk in de eerste twee jaar na de geboorte van het eerste kind, terwijl er slechts een zeer beperkt effect is op het inkomen van mannen. Het verschil wordt niet kleiner in de eerste acht jaar na de geboorte. 

    Lees verder ...
  • 12-8-2019 - Er is een app in ontwikkeling die inschat of een baby te vroeg geboren zal worden

    Er is een app in ontwikkeling, gebaseerd op een algoritme, die voorspelt of een baby te vroeg geboren zal worden. De software is nog in volle ontwikkeling en wordt gemaakt door IDlab, een onderzoeksgroep van Imec aan de Universiteit in Gent. Ook zou de software kunnen dienen voor mensen met migraine en dementie.

    Lees verder ...


GetUserInfo (in session):
(nr. = 1 geeft aan of er een controle op IP adres is uitgevoerd)
Aantal postcodes in DB:
0
(het aantal plaatsen in de DB met deze postcode)
IP adres:
34.204.176.189
(het ip adres van de bezoeker)
Plaats (in session):
(geselecteerde plaats uit IP adres / door gebruiker aangepast in shopping)
Postcode (in session):
(geselecteerde postcode uit IP adres / regiokeuze van de bezoeker)
Gekozen provincie (in session):
(geselecteerde provincie aan de hand van de postcode / regiokeuze van de bezoeker)

JQ categorie shopping:
JQ postcode shopping (in session):
JQ gekozen plaats shopping (in session):
JQ gekozen plaats shopping: