Bestellen
In samenwerking met

Borstvoeding, nog niet vanzelfsprekend - Lactatiekundigen over de praktijk

Nataal december 2015, editie 27

Nadat een paar generaties lang de meeste baby’s kunstvoeding kregen, is moedermelk weer steeds meer in the picture geraakt als het beste wat je een kindje kunt geven. Lactatiekundigen zijn een belangrijke schakel bij het doen slagen van de borstvoeding wanneer zich problemen voordoen. Waar lopen zij in de praktijk tegenaan en wat kan er beter?

Hoewel steeds meer vrouwen tegenwoordig (langere tijd) borstvoeding geven, wordt dat in onze huidige cultuur nog niet als iets vanzelfsprekends gezien. Annette Noordhof, lactatiekundige bij Borstvoedingenzo, vindt dat erg jammer: ‘We zijn zoogdieren en er is voor ons niets normalers dan borstvoeding geven. Maar doordat kunstvoeding een aantal generaties de overgrote overhand had, is het geven van borstvoeding en de kennis daarover naar de achtergrond geraakt. De adviezen die moeders van hun omgeving over borstvoeding krijgen, zijn daardoor lang niet altijd gebaseerd op de feiten, maar op iets wat men wel eens ergens gehoord heeft. Het gevolg daarvan is, dat de borstvoeding al gauw de schuld krijgt van allerlei problemen die eigenlijk niets met de borstvoeding te maken hebben.’

Misverstanden in de praktijk
Als voorbeeld geeft zij het veelgehoorde advies aan moeders waarvan de baby nog niet doorslaapt. Dat is: ‘Stop met de borstvoeding!’ De gedachte is, dat doordat de eiwitten in flesvoeding zwaarder en slechter verteerbaar zijn, een kunstgevoede baby langer achter elkaar doorslaapt dan een borstkindje. Maar onderzoek daarnaar heeft geen enkel verband gevonden tussen kunstvoeding en het doorslapen van een baby. Feit is wel dat nachtvoedingen in het begin essentieel zijn voor het op peil houden van de melkproductie. Bovendien zijn nachtvoedingen heel belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen en andere organen. Nog een voorbeeld: Doordat de groeicurve van het consultatiebureau gebaseerd is op het gemiddelde kind, tellen de kunstgevoede kinderen daar ook in mee. Kunstgevoede baby’s worden vaak groter en zwaarder dan borstvoedingsbaby’s en trekken zo het gemiddelde omhoog. Vrouwen die borstvoeding geven maken zich daardoor na een bezoek aan het consultatiebureau soms onterecht zorgen over of zij nog wel genoeg melk hebben. Er ís wel een groeicurve speciaal voor kindjes die borstvoeding krijgen (te vinden op de website van de WHO), maar deze wordt niet door alle consultatiebureaus gebruikt voor borstgevoede kindjes.

Borstvoeding: back to normal
Noordhof: ‘In de tijd dat de kunstvoeding in opmars kwam, is de manier waarop gevoed werd sterk gereguleerd geraakt: er moest zes tot acht keer per dag gevoed worden. Maar als je borstvoeding geeft, voed je vaker: 8 tot 12 keer per dag. Bovendien werd er op de klok gevoed, terwijl het, zeker voor een goed verloop van de borstvoeding, maar ook bij het geven van kunstvoeding, veel beter is om op verzoek te voeden. Borstvoeding moet volgens haar dan ook de norm zijn en kunstvoeding een vervanging.’

Mary Steen is het ermee eens dat borstvoeding de norm moet zijn, omdát het ook normaal is. Steen is lactatiekundige en directeur van de stichting Zorg voor Borstvoeding, een organisatie die als missie heeft dat alle zorginstellingen in Nederland die zich bezighouden met ouder- en kindzorg, conform het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) werken. Het BFHI is gelanceerd door de WHO en UNICEF ter bescherming, bevordering en ondersteuning van borstvoeding in en door zorginstellingen. Gezondheidszorginstellingen die de BFHI-richtlijnen hebben geïmplementeerd krijgen het BFHI-certificaat als zij aan alle criteria daarvoor voldoen.
Steen wijst erop dat men in het algemeen in de huidige cultuur vaak niet meer goed weet wat een baby nodig heeft, los van het soort voeding. En dat is van belang, omdat borstvoeding meer is dan alleen voeden. Het heeft, direct en indirect, te maken met heel veel andere aspecten van het opvoeden, die net zo belangrijk zijn bij het geven van borstvoeding als bij het geven van kunstvoeding. Er is daarom besloten, zo vertelt Steen, om een aantal criteria aan het BFHI-certificaat toe te voegen, die specifiek gericht zijn op baby’s die geen borstvoeding krijgen. Het gaat daarbij o.a. om voeden op verzoek en om huid-ophuidcontact. Steen: ‘De norm moet worden aangepast, met als uitgangspunt de fysiologie van de baby in plaats van wat er op een pak babyvoeding staat. De hoop is dat het toevoegen van de nieuwe criteria ertoe leidt dat de baby weer centraal staat en dat daarmee het geven van borstvoeding ook weer vanzelfsprekender wordt.’ Met centraal staan wordt bedoeld dat er responsief gereageerd wordt op de behoeften van de baby die de baby zelf aangeeft. Zoals bij voeden op verzoek: als de baby aangeeft te willen drinken, voed je (ook bij flesvoeding). En als de baby aangeeft verzadigd te zijn, stop je (ook als bij flesvoeding het flesje nog niet leeg is).

Maar, zo vervolgt Steen, het is een emotioneel onderwerp. Iedereen denkt er verstand van te hebben en iedere moeder doet, of ze nou flesvoeding of borstvoeding geeft, wat zij denkt dat het beste is voor haar baby.

Wanneer lactatiekundige hulp inschakelen?
Noordhof is in het verleden werkzaam geweest als lactatiekundige in een ziekenhuis. Door die ervaring weet zij dat het zelden nodig is om in de eerste 24 uur al lactatiekundige zorg te verlenen. Het is het beste is om moeder en baby samen de kans te geven om het op eigen instinct te proberen. Heel vaak slaapt een baby die eerste 24 uur bovendien erg veel en heeft het ook nog niet zo veel zin in veel en vaak aan de borst drinken. Alleen in uitzonderlijke gevallen is de hulp van een lactatiekundige dan nodig. Maar, zo vervolgt zij, als er gaandeweg problemen ontstaan waar een vrouw niet uitkomt, wordt uiteindelijk vaak te laat een lactatiekundige ingeschakeld. Er is dan meer schade ontstaan dan nodig, die moeilijker te herstellen is. Ook Steen ziet dat in de praktijk vaak gebeuren. ‘Bovendien, bij hardnekkige problemen waar de moeder en de omgeving zelf niet uitkomen, is de neiging groot om te stellen dat de borstvoeding niet lukt en om over te gaan op flesvoeding, in plaats van de hulp in te schakelen van een lactatiekundige. En als er wel een lactatiekundige wordt ingeroepen, lijkt het er in sommige gevallen wel eens op dat de moeder eigenlijk alleen nog maar van een deskundige wil horen: Het lukt niet, je hebt alles geprobeerd, stop er maar mee.’ Toch is Steen tegelijkertijd van mening dat een lactatiekundige ook niet té snel moet worden ingeschakeld. Want als een lactatiekundige standaard van begin af aan bij het borstvoedingsproces wordt betrokken, geeft dat het signaal af dat het geven van borstvoeding iets is waar je bij wijze van spreken voor gestudeerd moet hebben, terwijl het juist zo belangrijk is dat borstvoeding weer als normaal wordt beschouwd: ‘Borstvoeding is gewoon, er is geen specialist voor nodig om het te kunnen. Er is pas een specialist nodig als er problemen zijn.’

Waar het, naast de zorg bij borstvoeding in geval van ziektes en/of afwijkingen, wat Noordhof betreft verder vooral om gaat, is het geven van vertrouwen. Het lukt misschien niet altijd direct, en soms zijn er in het begin een aantal lastige momenten, maar 96% van de vrouwen is erop gebouwd en is in staat om borstvoeding te geven (bij 2 tot 4 % van de vrouwen zijn er lichamelijke beperkingen zoals onvoldoende melkklierweefsel).

Omdat ondersteuning vanuit de directe omgeving van de moeder voor een goed verloop van de borstvoeding essentieel is, kan er op dit punt nog winst behaald worden. Als je wilt voorkomen dat vrouwen die borstvoeding willen (en kunnen) geven, onnodig stoppen, bijvoorbeeld doordat ze ten onrechte denken dat ze niet genoeg melk (meer) hebben, is het van groot belang dat mensen in de directe omgeving van de moeder haar met kennis van zaken kunnen bijstaan.

Informatievoorziening en samenwerking
Wat de samenwerking betreft geeft Noordhof aan dat zij als praktijk wel contacten hebben met verloskundigen, maar nog niet zo veel als ze graag zouden willen.
Een zwangere krijgt tijdens haar zwangerschap van haar verloskundige en van de kraamzorgorganisatie informatie over het geven van borstvoeding. Zij zijn ook de aangewezen personen daarvoor, zo vindt Steen. Van belang is wél dat duidelijk is welke zorgverlener welke informatie verschaft, zodat zij elkaar aanvullen en niet overlappen. Het uitgangspunt moet zijn dat de moeder uiteindelijk alle informatie heeft die zij nodig heeft omtrent het geven van borstvoeding. Maar, zo vervolgt Steen, naast die informatievoorziening door zorgverleners, moet er vooral ook een maatschappelijk debat plaatsvinden om het geven van borstvoeding weer uit de taboesfeer te krijgen. Met als doel dat een vrouw niet veroordeeld wordt omdat zij wel of geen borstvoeding geeft, maar waarbij het geven van borstvoeding wel op zijn minst maatschappelijk geaccepteerd en, nog beter, gefaciliteerd wordt.

Tekst: Maureen Baartman

 

actueel
  • 23-9-2019 - Baby's die via een keizersnede zijn geboren hebben ander darmflora

    Darmmicrobioom - ook wel darmflora genoemd - is het geheel van micro-organismen dat zich in het maag-darmstelsel bevindt. Je kan het ook zien als bacteriekolonies. Uit onderzoek blijkt dat baby's die via het geboortekanaal ter wereld komen, andere bacteriekolonies hebben in hun darmen dan baby's die via een keizersnede worden geboren. 

    Lees verder ...
  • 18-9-2019 - Lengte premature baby opmeten via scanner buiten couveuse

    Met een meetlat de couveuse in en je dan een weg manoeuvreren door een wirwar van zuurstof- en voedingskabel. Dát is wat verpleegkundigen nu wekelijks te doen staat om de lengte van een te vroeg geboren baby op te meten. Een babyscanner lijkt het ei van Columbus: deze verricht de meting namelijk buiten de couveuse.

    Lees verder ...
  • 16-9-2019 - Inkomen daalt van moeder in de twee jaar na geboorte eerste kind

    Het gemiddelde inkomen van vrouwen daalt sterk in de eerste twee jaar na de geboorte van het eerste kind, terwijl er slechts een zeer beperkt effect is op het inkomen van mannen. Het verschil wordt niet kleiner in de eerste acht jaar na de geboorte. 

    Lees verder ...
  • 12-8-2019 - Er is een app in ontwikkeling die inschat of een baby te vroeg geboren zal worden

    Er is een app in ontwikkeling, gebaseerd op een algoritme, die voorspelt of een baby te vroeg geboren zal worden. De software is nog in volle ontwikkeling en wordt gemaakt door IDlab, een onderzoeksgroep van Imec aan de Universiteit in Gent. Ook zou de software kunnen dienen voor mensen met migraine en dementie.

    Lees verder ...


GetUserInfo (in session):
(nr. = 1 geeft aan of er een controle op IP adres is uitgevoerd)
Aantal postcodes in DB:
0
(het aantal plaatsen in de DB met deze postcode)
IP adres:
34.204.176.189
(het ip adres van de bezoeker)
Plaats (in session):
(geselecteerde plaats uit IP adres / door gebruiker aangepast in shopping)
Postcode (in session):
(geselecteerde postcode uit IP adres / regiokeuze van de bezoeker)
Gekozen provincie (in session):
(geselecteerde provincie aan de hand van de postcode / regiokeuze van de bezoeker)

JQ categorie shopping:
JQ postcode shopping (in session):
JQ gekozen plaats shopping (in session):
JQ gekozen plaats shopping: