Nataal - editie 36

26 NATAAL .nl JURIDISCHE ZAKEN De ontruimingsbescherming in vogelvlucht Veel verloskundigenpraktijken huren een praktijkruimte. Het sluiten van een huurovereenkomst is voor huurder en verhuurder vaak het begin van een langdurige relatie. Maar wat als de verhuurder van de huurder af wil? Kun je dan aanspraak maken op huur- of ontruimingsbescherming? Het Nederlandse rechts kent drie soorten huurruimtes: woonruimtes, detailhandel bedrijfsruimtes en overige bedrijfsruimtes. Een verloskundigen- praktijk valt in beginsel onder de categorie overige bedrijfsruimte. Het huurrecht voorziet ten aanzien van woonruimtes en detailhandel bedrijfsruimtes een uitgebreide, wettelijke regeling. In deze regeling is onder meer vastgesteld onder welke voorwaarden een verhuurder een huurover- eenkomst mag opzeggen. Al met al genieten de huurders van woonruimtes en detailhandel bedrijfsruimtes een grote mate van huurbescherming. Voor de overige bedrijfsruimtes kent het Nederlandse huurrecht echter geen gedetailleerde, wettelijke regeling. Aan de opzegging van een verhuurder van de ‘overige bedrijfsruimte’ worden door de wet geen nadere eisen gesteld. Dit betekent dat een schriftelijke opzegging met inachtneming van de geldende opzegtermijn, de huurovereenkomst doet eindigen. Van huurbescherming is dan geen sprake. Sta je dan als huurder van een overige bedrijfsruimte helemaal met lege handen? Gelukkig niet. Het is namelijk mogelijk om een beroep te doen op de tijdelijke ontruimingsbescherming op grond van artikel 7:230a BW. In feite is dit de enige wettelijke bepaling die specifiek voor de overige Lique van der Leer Van der Leer Advocatuur bedrijfsruimtes is geschreven. Ontruimingsbescherming houdt in dat je als huurder de kantonrechter kan verzoeken om de termijn waarbinnen de overige bedrijfsruimte ontruimd moet worden, te verlengen. De huurovereenkomst wordt als gevolg van de toewijzing van een dergelijk verzoek niet verlengd (deze blijft beëindigd), maar de feitelijke gebruiksduur van de overige bedrijfsruimte wordt dat wel. Het is van belang dat de oud-huurder die een beroep wil doen op ontrui- mingsbescherming, het verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescher- ming binnen twee maanden na de beëindigingsdatum indient. Dit is een fatale termijn en de overschrijding ervan betekent helaas: einde oefening. De rechter behandelt het verzoek van de oud-huurder op basis van een belangenafweging. Indien het verzoek wordt toegewezen, dan kan de verlenging van de ontruimingsbescherming worden uitgesproken voor maximaal een jaar en dit kan weer maximaal drie keer worden verlegd. Alhoewel een rechter bij een tweede (en zeker bij een derde) verzoek minder snel geneigd zal zijn om wederom een verlenging uit te spreken, betekent dit dus dat een oud-huurder van overige bedrijfsruimte maximaal nog drie jaar na het eindigen van de huurovereenkomst in het gehuurde kan blijven zitten. Gedurende deze verlenging van de ontruimingsbescherming is de oud-huurder een redelijke vergoeding aan de oud-verhuurder verschuldigd. Deze vergoeding is doorgaans gelijk aan de oorspronkelijke huur. Heeft u een vraag over bijvoorbeeld de ontruimingsbescherming? Neemt u gerust vrijblijvend contact met mij op! In iedere uitgave praat advocaat Lique van der Leer ons bij over juridische zaken. Lique is specialist in contractenrecht, ondernemingsrecht en procesrecht. Zijn er vragen naar aanleiding van een column, dan kun je contact met haar opnemen, www.vanderleer.nu .

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1