Nataal - editie 38

NATAAL .nl 57 per vrouw of koppel verschillend en hangt af van de indicatie. Bij onbegrepen onvruchtbaarheid hangt haar advies sterk af van de leeftijd. Schoonenberg: ‘Leeftijd is één van de allerbelangrijkste indicatoren van de slagingskans.’ Een vrouw van 40 adviseert zij daarom niet pas na 2,5 jaar, maar na 1 jaar al met (maandelijks) IUI te beginnen. Op die leeftijd heeft een vrouw maar een kans van 3-8% op een zwanger- schap. Daarbij is het een positief voorspellende factor als zij al eens eerder zwanger geweest is, maar de kans wordt niet groter dan die 8%. Schoonenberg benadrukt dat IVF niet altijd de meest aangewezen keuze is, hoewel dat vaak wel gezien wordt als dé behandeling met de hoogste kans van slagen. Soms willen vrouwen daarom pertinent een IVF-traject in. Maar als dan blijkt dat er na maximale stimulatie heel weinig ei-blaasjes zijn en er na bevruchting maar één embryo is dat bovendien van slechte kwaliteit is, zou geconcludeerd kunnen worden dat IVF op dat moment medisch geen meerwaarde meer heeft. Het idee daarvan is immers dat er per cyclus meerdere goede embryo’s (is meerdere kansen) gevormd kunnen worden. Lukt dat niet in verband met de leeftijd van de vrouw en de verminderde kwaliteit en kwantiteit van haar eicellen, dan is IUI of het via de natuurlijke weg proberen niet minder kansrijk dan IVF, maar fysiek en mentaal wél veel minder belastend. Aanpassen richtlijnen? Pans vertelt dat gynaecoloog Mariëlle van Pampus van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam pleit voor landelijke uitbreiding van de Richtlijnen voor de verloskunde met hoofdstukken waarin de specifieke medische risico’s van zwangere vrouwen van 40, 45, 50 en 50+ staan – iets wat het OLVG al heeft doorgevoerd. De verhoogde kans op complicaties is in haar ogen reden om deze vrouwen aan te bieden hen extra goed te begeleiden bij hun zwangerschap. Op die manier kunnen complicaties, die onbehandeld soms ernstige gevolgen kunnen hebben voor moeder en kind, tijdiger opgemerkt worden. Maar ook de begeleiding van een zwanger- schap na eicel- en/of spermaceldonatie, kan een andere invalshoek vergen. Niet alleen medisch, maar ook wat mentale begeleiding betreft. Betere voorlichting Er zijn vele redenen te noemen waarom men steeds later aan kinderen begint. In veel gevallen is het geen echt goed geïnformeerde keuze geweest. Twintigers staan vaak niet zo stil bij hun afnemende vruchtbaar- heid. Als het aan Pans, Grömminger en Schoonen- berg ligt, komt daar verandering in. Jongeren en twintigers zouden middels fertiliteitsvoorlichting veel beter geïnformeerd kunnen worden over de mogelijke gevolgen van het uitstellen van een kinderwens en, zo voegt Schoonenberg toe, de invloeden van voedings- patroon, roken en alcoholgebruik op hun vruchtbaar- heid. Grömminger: ‘De voorlichting is nog steeds vooral gericht op het voorkómen van zwangerschap (anticonceptie), en niet op het wél kinderen krijgen. Het zou goed zijn als vrouwen én mannen zich al jong bewust zijn van de afname van de vruchtbaarheid en de mogelijkheden. Dat kan voorkomen dat men achteraf spijt krijgt van het uitstel.’ Daarbij is Pans van mening dat de overheid veel adequater het maatschappelijk debat hierover moet aanzwengelen dan nu gebeurt. De vele nieuwe ontwikkelingen, zoals het op jongere leeftijd laten invriezen van eicellen en spermacellen voor later gebruik, maar ook eiceldonatie en spermadonatie bij vrouwen boven de 45 en 50 jaar, schreeuwen om maatschappelijk debat. n Marieke Schoonenberg, gynaecoloog

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1