Nataal - editie 44
Hier ligt een belangrijke taak voor de professional. Goede voorlichting aan aanstaande ouders over gezondheid en levensstijl, maar ook over bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden, erfelijke factoren, medicijn gebruik en voedingssupplementen kan veel beteke nen. Pajkrt: “Veel zwangeren weten bijvoorbeeld nog steeds niet dat ze het beste al voordat ze zwanger raken met foliumzuur kunnen starten. En niet alle gynaecologen zijn ervan op de hoogte dat een curettage bij een miskraam of abortus de kans op vroeggeboorte in een volgende zwangerschap verhoogd. Het is beter om deze behandeling terughoudend toe te passen en vrouwen te adviseren om de miskraam of abortus met medicijnen op te wekken.” Standaard vijf echo’s Als de vrouw eenmaal zwanger is, kan echoscopisch onderzoek eventuele complicaties tijdig opsporen. Op dit moment krijgen ‘gezonde’ zwangeren, vrouwen die voor het eerst zwanger zijn of eerder een probleemloze zwangerschap hebben gehad en een gezonde baby hebben gekregen, twee echo’s vergoed: één rond tien en één rond twintig weken. Pajkrt ziet het liefst dat dit aantal wordt verhoogd naar vijf. “Daarmee kunnen we aangeboren afwijkingen eerder opsporen en beter ingrijpen bij een verhoogde kans op een spontane vroeggeboorte of groeiachterstand”, licht zij toe. “Terwijl de frequentie van de controles van de moeder in de loop van de zwangerschap toeneemt, wordt het welzijn van de foetus vanaf halverwege de zwangerschap nu alleen nog indirect bewaakt. Een oplossing is om de wildgroei aan indicaties voor een extra echo die er nu is (bloedverlies, ligging van de baby en lokalisatie van de placenta) te vervangen door vijf standaard echo’s: een termijnecho, een 13-wekenecho, een 20-wekenecho met baarmoedermondmeting en twee groeiecho’s.” Eva Pajkrt Hoogleraar verloskunde NATAAL .nl 13 Korte baarmoedermond als indicatie vroeggeboorte De lengte van de baarmoedermond geeft een indicatie voor eventuele vroeggeboorte. Een baar- moedermond korter dan 35 millimeter betekent een twee keer zo hoog risico, zo blijkt uit onderzoek. Bij een baarmoedermond die korter is dan 20 millimeter stijgt de kans op vroeggeboorte zelfs naar 50 procent ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Pajkrt: “Bij een (zeer) korte baarmoedermond zijn er een aantal interventiemethodes. Er kan een bandje, een cerclage, om de baarmoedermond geplaatst worden. Hiermee wordt de kans op vroeggeboorte gehalveerd. Een andere optie is het plaatsen van een pessarium. Daarnaast lijken zwangeren met een korte baarmoedermond gebaat bij een behandeling met progesteron. Dit medicijn wordt vaak geadvi seerd aan vrouwen die een eerdere vroeggeboorte hebben gehad en opnieuw zwanger zijn. Ook vrouwen zonder eerdere vroeggeboorte, maar met een korte baarmoedermond, lijken gebaat bij behandeling met progesteron.” Pajkrt en haar team doen met steun van Stichting Stop te vroeg bevallen onderzoek naar progesteronbehandeling bij een dreigende vroeggeboorte. “We weten niet wat beter werkt om een vroeggeboorte te voorkomen: het pessarium of progesteron. Met de Quadruple-P- studie willen wij meer duidelijkheid krijgen.” Aan de Quadruple-P-studie werken diverse ziekenhuizen in Nederland mee. “Het is fijn als eerstelijns verloskun digen en echoscopisten cliënten wijzen op deze studie, zodat we na afloop goed weten of aan vrouwen die in verwachting zijn met een korte baarmoederhals het gebruik van een pessarium of progesteron moet worden geadviseerd om vroeggeboorte te voorkomen.”
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1