Nataal - editie 45
NATAAL .nl 13 onderzoek zo belangrijk is. Ik zie mijn leerstoel als een bekroning op het werk van heel veel mensen.” Waarom is verloskundig onderzoek zo belangrijk? “Het onderzoek naar de geboortezorg wereldwijd is de laatste tientallen jaren met name gericht geweest op de kleine groep vrouwen en kinderen die compli caties ontwikkelen. Met succes, want die doen het nu veel beter, en krijgen veel betere zorg. Maar dit is wel gepaard gegaan met een enorme toename aan medische handelingen, veel kosten en verwaarlozing van die alledaagse zorg die alle vrouwen nodig hebben als ze een kind krijgen. Die zorg varieert, van zorgver lener tot zorgverlener, van land tot land, van regio tot regio, en is nu vooral gebaseerd op klinische ervaring, of traditie, of cultuur, zonder dat we echt weten wat werkt. Dát terrein zie ik als ons onderzoeksterrein; de meer preventieve, ondersteunende zorg. Dat is veelal nog onontgonnen terrein.” Welk thema pak je als eerste aan? “Ik vind dat we moeten gaan inzetten op continuïteit van zorgverlener. Dus dat een zwangere vrouw van begin tot eind een vast team van zorgverleners heeft. Als je een vrouw wilt helpen om zo goed mogelijk haar kind te krijgen, op een manier die bij haar past, moet je haar wel een beetje kennen. Dat geeft die vrouw heel veel rust. De verloskundige is de continue factor van begin tot eind. Die heeft een belangrijke rol in het ondersteunen van vrouwen in wat ze nodig hebben, en moet ook samenwerken met anderen, zoals gynaecologen, kinderartsen, psychologen, psychia ters en maatschappelijk werk. Het lastige is dat we in Nederland twee typen verloskundigen kennen: eerstelijns en tweedelijns. Een eerstelijnsverloskun dige begeleidt alleen vrouwen met een laag risico op complicaties. Dit betekent in de praktijk dat ze vrouwen overdraagt naar de tweede lijn als er risico’s of complicaties optreden. Ik ben in Engeland opgeleid, daar bevielen de meeste vrouwen in het ziekenhuis, maar als verloskundige bleef ik vrouwen altijd begeleiden, soms samen met een gynaecoloog. Ik wilde dolgraag in Nederland aan de slag als eerstelijnsverloskundige, omdat wij de thuisbevalling kennen. Maar op het moment dat een vrouw het moeilijk krijgt, dan gooi je haar als het ware over de schutting. Dan mag een nieuw - voor haar onbekend - team het oplossen, terwijl die vrouw jou op dat moment het hardste nodig heeft. Want dat is toch de kern van ons vak: de relatie die je hebt met de zwangere vrouw. Ik vind het nog steeds heel moeilijk om dan weg te lopen. Ik vind dat wij één beroeps groep zouden moeten zijn die alle vrouwen van begin tot eind begeleidt. In veel andere landen is dat al zo.” Waarom is dat bij ons anders? “Dit is historisch zo gegroeid. En niet iedereen is al overtuigd dat het anders moet. Er zijn eerstelijnsver loskundigen die vinden dat als je de risicobevallingen erbij gaat doen je te weinig expertise opbouwt in het begeleiden van vrouwen met een laag risico. Ze zijn bang dat ze die groep dan misschien met andere ogen gaan bekijken, waardoor ze meer gaan medicaliseren. In internatio naal onderzoek zijn daar overigens geen aanwijzingen voor gevonden. Daarnaast zijn er tweedelijnsverlos kundigen die juist een uitdaging voor zichzelf zien in de medische kant. Die zitten er helemaal niet op te wachten om naast een vrouw te zitten en vooral ondersteunende zorg te verlenen. Dan doe je alsof ons vak alleen maar gaat over ‘dingen doen’. Terwijl ik vind dat de kern van ons vak is: ‘naast vrouwen ‘Preventieve, ondersteunende zorg is veelal nog onontgonnen terrein’ Ank de Jonge, hoogleraar Verloskundige Wetenschap
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1