Nataal - editie 45

26 NATAAL .nl ???????? Zo’n driehonderd keer per jaar komt het voor: een mola-zwangerschap. Op een totaal van zo’n 180.000 geboortes is dat weinig. Daardoor is een mola-zwanger- schap en alles wat daarmee samenhangt vrij onbekend. In 2018 is de landelijke richtlijn voor deze zogeheten trofoblastziekte aangepast. De vraag is of die aan- passing overal goed is doorgedrongen. Wie een blik werpt op de websites van verschillende ziekenhuizen krijgt het vermoeden van niet. Cora Staal, verloskun- dige en praktijkhouder van verloskundigenpraktijk Goed Begin in Renkum, trekt aan de bel. Tekst: Arnold Otten MOLA-ZWANGERSCHAP “Ik denk dat het voor iedere verloskundige én voor de gynaecoloog in het ziekenhuis belangrijk is om goed op de hoogte te zijn van de symptomen en de behandeling van een mola-zwangerschap”, zegt ze. “Een snelle herkenning, een adequate doorverwij­ zing naar de tweede lijn én een goede behandeling en begeleiding kunnen dan tijdig in gang worden gezet. Of we er daarmee zijn? Nee, zeker niet. Je moet hier ook duidelijke afspraken over maken binnen het VSV. Wie doet wat als het gaat om die behandeling en begeleiding? Een landelijke richtlijn zou voor nog meer duidelijkheid kunnen zorgen, ja.” Noodzaak Volgens Staal is er nog veel winst te behalen als het gaat om het herkennen van trofoblastziekten en de fysieke, maar zeker ook de psychische begeleiding van deze patiëntengroep. “Toen Johanna (zie kader) bij mij kwam met haar verhaal, bespeurde ik ook bij mezelf een tekort aan kennis op dit gebied. Dat is ook de reden dat ik, samen met haar, dieper in deze materie ben gedoken. Hoe meer we te weten kwamen, hoe meer we de noodzaak zagen om bredere publiciteit voor dit onderwerp te zoeken.” Bij een mola-zwangerschap is sprake van een schijnzwangerschap. De vrouw krijgt de normale Veel onbekendheid over TROFOBLASTZIEKTEN

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1