Nataal - editie 45

NATAAL .nl 27 Cora Staal, verloskundige en praktijkhouder verschijnselen die horen bij een zwangerschap: moeheid, misselijkheid en - een forse - groei van de buik. In die buik groeit echter geen embryo, maar er groeien alleen de cellen van de placenta. Die gaan zich gedragen als kankercellen. In het geval van de mola-zwangerschap is de trofoblastziekte goedaar­ dig. Men spreekt dan van mola hydatidosa. Maar er kan ook sprake zijn van een kwaadaardige variant: het choriocarcinoom, de placental-site trophoblas­ tic tumour en de epithelial trophoblastic tumour. Dit worden ook wel trofoblast neoplasieën genoemd. “In Nederland komen jaarlijks ongeveer driehon­ derd mola-zwangerschappen voor. Bij ongeveer tachtig daarvan, zo’n vijftien procent, is sprake van een kwaadaardige tumorontwikkeling”, aldus Staal. De behandeling van een mola-zwangerschap bestaat uit een curettage. Als blijkt dat sprake is van kwaadaardige tumorontwikkeling is chemothe­ rapie noodzakelijk. Hoge hCG-waarde Kenmerkend voor een mola-zwangerschap is een relatief hoge hCG-waarde. De constatering daarvan en/of een vroege echo helpen bij het herkennen van de schijnzwangerschap. Staal: “Een mola-zwanger­ schap valt echoscopisch te herkennen aan onregelmatige structuur van het vruchtzakje, waarbij (meestal) geen vrucht wordt waargenomen, maar blaasjes gevuld met vocht. Het heeft veelal een beetje de vorm van een druiventros.” Als men twijfelt aan het echobeeld is het meten van het hCG-gehalte ook een optie. Als een eerstelijnsver­ loskundige of echoscopist op basis van zijn of haar echobeeld een mola-zwangerschap vermoedt, is verwijzing naar de tweede lijn geïndiceerd. Er is momenteel (nog) geen richtlijn bij welke symptomen precies doorverwezen moet worden. In de tweede lijn zal verder diagnostiek en behandeling, indien nodig, worden ingezet. Volgens de nieuwe richtlijn bestaat de therapie bij mola hydatidosa bij voorkeur uit een curettage. Uit literatuuronderzoek dat Staal samen met ervarings­ deskundige Johanna Eikelenboom verrichtte valt op te maken dat hysterectomie (baarmoederverwijde­ ring) te overwegen valt bij oudere patiënten met een compleet gezin. Doel is dan onder andere om het aantal chemokuren en daarmee samenhangende toxiciteit te verkleinen. Nieuwe zwangerschap Bij patiënten met een kinderwens kan in het algemeen een nieuwe zwangerschap direct na normalisatie van de hCG-curve worden toegestaan, indien sprake was van spontane regressie. “Volgens de oude richtlijn was een nieuwe zwangerschap pas zes maanden na normalisatie toegestaan”, zegt Staal. “Volgens de nieuwe richtlijn kan men meteen weer zwanger proberen te worden. Ook hoeft het hCG zowel na een partiële als na een complete mola-zwangerschap niet meer enkele maanden maandelijks gemeten te worden na normalisatie.” Volgens de oude richtlijn moesten vrouwen die te maken hebben gehad met een partiële of complete mola-zwangerschap na iedere ‘Na een mola- zwangerschap mag men meteen weer zwanger worden’

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1