Nataal - editie 46

NATAAL .nl 25 Versie twee van het hechtingsplan gaat over de kraamtijd en de eerste maanden. In die periode en zeker ook de eerste jaren daarna wordt volgens de schrijfster het hechtingsfundament gelegd waarmee je levenslang te maken hebt. Uit haar boek kun je opmaken dat vooral dingen níet doen, goed is voor de hechting. Niet direct wassen, niet te veel prikkels, niet te veel kraambezoek. Vol- gens Van Houten is er niet één ideaal hechtingsplan. “Nee, als het niet past bij jou en je partner, dan werkt het niet. Pak uit de lijstjes wat jou aanspreekt.” Partner De partner krijgt een apart hoofdstuk. “Want relaties komen onder druk te staan door een baby. We over- zien het niet echt. De eerste dagen na de geboorte zijn nog spannend, daarna begint het gedoe. Daarom geef ik ook voorlichting over hechting met mannen erbij. Ik krijg daar bijzondere reacties op. Dan zegt zo’n man na afloop: ‘ik had geen zin in deze avond, maar je hebt me echt de ogen geopend’.” Ik vind het zonde om de verschillen vanuit de biologi- sche achtergrond tussen man en vrouw te ontkennen. Een kind landt bij de moeder, zeg ik altijd. Die is in het begin belangrijker. Ik snap dat dat mensen tegen de borst stuit, maar het gros van de mensen vertoont biologisch-evolutionair gedrag. Mannen zijn primair minder gericht op emotionaliteit, die willen problemen oplossen en sterk blijven.” Het welzijn van de moeder verdient meer aandacht in de eerste maanden, vindt Van Houten. “Elk con- sultatiebureau zou een coach moeten aanbieden aan de moeders. In Scandinavië doen ze dat goed. Het krijgen van een kind zien ze daar als een transfor- matiefase en daarbij heb je een coach nodig en een netwerk.” Bagage Van Houten hoopt dat haar boek helpt om het hech- tingsplan aan bekendheid te laten winnen. “Nogmaals, het gros van de mensen is zich niet bewust van wat hechting is. En hoe dat generatieoverdrachtelijk werkt. Wat je als ouders meegeeft. Je hebt je bagage bij je, je eigen hechtingsfundament, dat is onvermijdelijk. Maar er is ook epi-genetica, de zaken rondom het DNA, die je als moeder óók meegeeft. Daar wil ik mensen over vertellen. Wat ik nu zie in de praktijk is dat mensen pas bewust met deze zaken aan de slag gaan als ze kinde- ren krijgen. Áls ze er überhaupt mee aan de slag gaan. Krijgen ouders er met die kennis en dat aparte hechtingsplan niet weer extra druk bij? Dat valt mee volgens de schrijfster. “Ik zeg in mijn boek ook dat je flexibel mag meebewegen. Al doe je maar tien procent van wat je je voorneemt dan doe je het al goed. En natuurlijk als er een calamiteit is tijdens de bevalling dan loopt het anders. Maar je kunt ook veel inhalen. Dan neem je je kind daarna extra veel dichtbij je.” n Evidence based en spiritueel “Nee, het is heel bewust geen wetenschappelijk boek, wetenschappelijke boeken zijn er genoeg.” Auteur Lonneke van Houten zegt het zonder omhaal. “Ik werk evidence based en ik volg de protocollen, maar mijn visie is juist dat er toch een groot stuk verloren gaat. We zijn zo gericht op controle en alles wat we doen krijgt een wetenschappelijk sausje. Maar ik heb thuis de casuïstiek van achthonderd vrouwen die precies dát zijn tekortgekomen, dat stuk dat verloren is gegaan. En bovendien, de evidence ligt en loopt buiten op straat, het is overal zichtbaar.” Van Houten weet dat zij bij lezers af en toe het voorhoofd zal doen fronsen. Bijvoor- beeld in het hoofdstuk ‘Zielsniveau, spirituele context en zingeving’. Ze waarschuwt daarom met de zin: “Nogmaals, niet verder lezen als je niks kunt met spiritualiteit of welke gedachte in die richting dan ook”. Ze zou het zonde vinden als lezers de rest van haar boek minder serieus nemen door haar pagina’s over spiritualiteit. Voor meer informatie: hechtingsplan.com.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1