Nataal - editie 48
NATAAL .nl 43 Het begrip kwetsbare jonge moeder wordt de laatste jaren veelvuldig gebruikt. Maar wie bedoelen we hier eigenlijk mee? “Het gaat om vrouwen die vaak meer problemen tegelijk hebben. Denk aan psychische, financiële of verslavingsproblemen, veel stress, een gebrekkig sociaal netwerk en weinig vertrouwen in de zorg”, zegt Hiske Ernst, die leiding gaf aan het team van het Erasmus MC en Hogeschool Rotterdam, dat onderzoek deed naar kraamzorg aan kwetsbare kraamvrouwen. “Deze vrouwen hebben vaker slechtere uitkomsten van de zwangerschap en een slechtere start van het leven van hun kind. Ze hebben minder mogelijkheden om deze problemen zelf op te lossen.” Het is belangrijk dat alle zorgverleners en organisaties dezelfde definitie van kwetsbaarheid gebruiken, stelt Ernst. “Zowel voor registratie als voor het monitoren, zodat we weten om hoeveel ouders het gaat en om welke soorten problemen.” De zorg is oneerlijk verdeeld Juist de kwetsbare moeders, die méér zorg kunnen gebruiken, nemen minder kraamzorg af. Dit blijkt ook uit het deelonderzoek van Jacky Lagendijk. Lagendijk is gynaecoloog in opleiding en promoveerde in oktober 2020 op het proefschrift ‘Sociale verloskun- de’, dat onder meer gaat over de ongelijkheid in de perinatale gezondheidszorg op basis van sociaaleco- nomische status. “Bijna alle mensen in Nederland die een kind krijgen, krijgen kraamzorg: 98,8 procent. Dat is een fantastisch bereik! Máár: 15,3% van deze kraamvrouwen krijgt 24 uur zorg of minder. En 1,2% krijgt dus helemaal geen kraamzorg.” Op basis van de gegevens van de zorgverzekeraars van 2010 tot 2014, zocht Lagendijk uit wie deze vrouwen waren: “Bij de moeders die te weinig kraamzorg krijgen, spelen vier factoren vaak een rol. Ze hebben een laag inkomen, een laag opleidingsniveau, geen koopwoning en ze wonen in een achterstandswijk. Vaak zijn ze alleenstaand en hebben ze een migratieachtergrond. Ook leeftijd speelt mee: wie in Nederland heel vroeg of juist heel laat moeder wordt, krijgt vaak minder kraamzorg.” Lagendijk keek ook naar hoeveel zorg moeders en baby’s gebruiken in het jaar na de bevalling. Wat blijkt? “Vrouwen die minder dan 24 uur kraamzorg krijgen, maken hogere zorgkos- ten voor zichzelf en hun baby in het eerste jaar.” Sociaaleconomische factoren meewegen Een laag opleidingsniveau kwam als sterkste factor uit de bus. Lagendijk: “Laaggeletterdheid, lage gezondheidsvaardigheden of een taalbarrière spelen waarschijnlijk een belangrijke rol. Vanuit de geboortezorg moet daarop dus nog beter worden ingespeeld.” Lagendijk vindt het een positieve ontwikkeling dat steeds meer kraamzorgorganisa- ties inspelen op de zorg aan kwetsbare gezinnen. En dat er bijvoorbeeld Poolse, Turkse en Marok- kaanse kraamzorgorganisaties zijn, gericht op deze specifieke doelgroepen. “Turkse vrouwen willen vaak gewoon geen kraamzorg”, hoor je kraamver- zorgenden soms zeggen. Maar dit mag geen excuus zijn om het erbij te laten zitten! Gelijke mogelijkheden tot zorg is een belangrijk beginsel. Het is daarom jammer dat het Landelijk Indicatie- protocol Kraamzorg geen rekening houdt met sociaaleconomische factoren. Want deze factoren zijn duidelijk gelinkt aan minder zorgafname en kwetsbaarheid.” Hoe kwetsbare moeders kraamzorg bekijken Het deelonderzoek van arts-onderzoeker Hiske Ernst, Teamleider Erasmus MC Jacky Lagendijk, gynaecoloog in opleiding
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1