Nataal - editie 48

bevalling ondersteunen. Zij blijven bij de barende vrouw, ook als de zorg overgeheveld wordt van de verloskundige naar de gynaecoloog. Ze gaan dus ook mee naar het ziekenhuis en blijven in de verloskamer om de vrouw en haar eventuele partner te ondersteunen. Taakafbakening Wanneer de kraamverzorgende betrokken is bij een bevalling in de tweede lijn, geeft dat lucht aan de verpleegkundige. Die zich kan toespitsen op verpleegkundige taken. Maar verpleegkundigen die bij het onderzoek betrokken zijn, geven wel aan dat een strikte taakafbakening nodig is. Waar ligt de grens tussen begeleiding en verpleegkundige handelingen? En mag een kraamverzorgende taken die zij normaal bij een bevalling zonder verpleegkun- dige doet ook in het ziekenhuis doen? Een duidelijke lijst van handelingen moet worden gedefinieerd. Voordeel van een kraamverzorgende boven een doula is dat de kraamverzorgende een basistraining heeft gehad om verloskundige noodsituaties te herkennen en adequaat te kunnen handelen. Taken en verantwoordelijkheden van kraamverzorgenden zijn zorgvuldig geformuleerd en duidelijk afgespro- ken. Doula’s richten zich op de mentale ondersteu- ning en empowerment van zwangere vrouwen. Zij hebben geen medische of verpleegkundige achtergrond. Uit onderzoek van Nieuwsuur en NRC bleek afgelopen najaar echter dat doula’s zich soms ook met de medische kant van de bevalling bemoeien. Er kunnen conflicten ontstaan wanneer medische handelingen die verloskundigen of gynaecologen nodig achten, botsen met de afspraken die tussen zwangere en doula zijn gemaakt. Insturingen Jaarlijks bevallen ongeveer 175.000 vrouwen, waarvan grofweg de helft in de eerste lijn. Het percentage insturingen vanwege pijnstilling is de laatste jaren toegenomen. In 2010 bedroeg het aantal vrouwen dat ingestuurd wordt tijdens de bevalling vanwege het onvoldoende vorderen 15% en vanwege pijnstilling nog eens 15%. Het gebruik van pijnstilling in de tweede lijn is in tien jaar tijd verdrievoudigd. Epidurale anesthesie Doel van het onderzoek is het effect van continue begeleiding tijdens de baring door een kraamver- zorgende vaststellen. In eerste instantie wordt daarvoor gekeken naar het percentage epidurale anesthesie bij bevallingen. Een epiduraal geeft meer risico op een niet-spontane bevalling en 25% kans op koorts waarvoor antibiotische behandeling en langere opname nodig zijn. Daarnaast worden ook onder meer het aantal insturingen van eerste naar tweede lijn en de percentages keizersnedes en vaginale kunstverlossingen gemeten. Op basis van deze gegevens wordt de kosten- effectiviteit van extra begeleiding berekend. Dit is essentiële informatie voor de gesprekken die met de zorgverzekeraars gevoerd worden. Tenslotte zijn zij het die beslissen of continue begeleiding door een kraamverzorgende vergoed wordt. De zorgverzekeraars vergoeden de extra inzet nu nog niet. De onderhandelingen hierover zijn wel gaande, maar verlopen moeizaam. Kraamverzorgenden hebben een training nodig om de continue begeleiding daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Die training is inmiddels ontwikkeld en geeft de kraamverzorgende een aantal nuttige handvatten. n NATAAL .nl 55

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1