Nataal - editie 49
NATAAL .nl 59 Het zou mooi zijn als de FOC via één vraag gemeten zou kunnen worden op b.v. een 10-punten schaal. Een dergelijke schaal is door Rouhe et al. (2009) al eens gebruikt. Deze éne vraag bleek FOC goed te meten als je de uitkomsten vergeleek met de veel langere 33-item Wijma Delivery Expectation Questionnaire (W-DEQ-A) . Het was echter nog niet bekend of deze ene vraag de daadwerkelijke niet-urgente obstetrische interventies bij zwangere vrouwen ook zou kunnen voorspellen. In onze studie hebben wij gekeken in hoeverre hoge mate van FOC gemeten in de eerste helft van de zwangerschap en op basis van de W-DEQ-A en de één-item-vraag (Fear of Childbirth-Postpartum- Visual Analogue Scale: FOCP-VAS) de expliciete verzoeken en het gebruik van niet-urgent obstetri- sche interventies tijdens bevalling kan voorspellen. In totaal waren 401 zwangeren die goed Nederlands konden lezen bereid om aan onze studie deel te nemen. Deze zwangeren kwamen uit twaalf verloskundigenpraktijken, die gelijkmatig verdeeld waren over stedelijke (n = 6) en landelijke gebieden (n = 6). Deze zwangeren hebben t.b.v. dit onderzoek twee keer een aantal vragenlijsten ingevuld: eerst tussen de 16e en 26e zwangerschapsweek en tien weken later opnieuw. Nadat deze deelneemsters bevallen waren zijn er ook gegevens over het verloop van hun zwangerschap en bevalling verzameld. Als eerste hebben wij aan deze zwangeren de één-item-vraag voorgelegd – ‘In hoeverre ben je op dit moment angstig voor de bevalling en de periode daarna?’. Men kon een score tussen 0 (helemaal niet bang) tot 10 (heel erg angstig) invullen. Daarna hebben wij de lange W-DEQ-vragenlijst voorgelegd om de verwachte emotionele beoordeling van de bevalling te kunnen meten. De totale score van deze vragenlijst varieert tussen 0 en 165. Een score van 66 of hoger wordt gezien als hoge FOC. Wij hebben ook gevraagd naar de kenmerken van deelnemers die verband houden met niet-urgente obstetrische interventies - zoals pariteit, leeftijd en opleidingsniveau, geboren zijn buiten Nederland, wel of geen deelname aan prenatale cursussen en het aantal verloskundigen werkende in de betref- fende praktijk. Naast de verzoeken en gebruik van niet-urgente obstetrische interventies tijdens de bevalling hebben wij ook de behandeling van FOC verzameld uit medische dossiers. De resultaten uit deze studie hebben een aantal interessante bevindingen laten zien. Namelijk, dat 33,9% (n = 136) van de vrouwen tussen 16 en 26 weken zwangerschap een hoge mate van FOC (W-DEQ-A ≥ 66) rapporteerde. De gemiddelde scores voor FOC gemeten op twee tijdstippen in de zwangerschap waren eigenlijk niet verschillend. Er waren ook geen verschillen in gemiddelde scores tussen deelnemers, die voor het eerst of al eerder zwanger waren (zie tabel). Opvallend was dat slechts 3% (n = 12) van de zwangere vrouwen een behandeling voor FOC of gerelateerde emoties heeft gekregen. Verder vroeg ongeveer 19% (n = 73/382) van de zwangere vrouwen expliciet om niet-urgente obstetrische interventies tijdens de zwangerschap. Bijna 30% (n = 114/382) ontving niet-urgente obstetrische interventies tijdens de bevalling. Daarnaast vonden wij dat zwangeren die W-DEQ- Irena Veringa-Skiba
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1